ECLI:NL:RBDHA:2024:19354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser diende op 1 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in, maar op grond van de Dublinverordening werd Kroatië als verantwoordelijk land aangewezen omdat eiser daar eerder een asielverzoek had ingediend. Verweerder besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Eiser stelde dat hij verstoken was gebleven van juridische bijstand, omdat hij de brief met contactgegevens van zijn gemachtigde niet had ontvangen door een verhuizing tussen asielzoekerscentra. De rechtbank constateerde dat de Raad voor Rechtsbijstand tijdig een advocaat had toegewezen en dat de brief naar het juiste AZC was gestuurd waar eiser toen geregistreerd stond.
De gemachtigde van eiser nodigde hem uit voor een gesprek, maar eiser verscheen niet en er werd geen actie ondernomen om dit te onderzoeken. De rechtbank oordeelde dat het niet aan verweerder is toe te rekenen dat eiser geen contact had met zijn advocaat.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij zich niet van rechtsbijstand had kunnen voorzien voorafgaand aan het besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak werd gedaan op 21 november 2024 door rechter B.F.Th. de Roos te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.