ECLI:NL:RBDHA:2024:19139
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 7 oktober 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de afwijzing te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 november 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en de minister zich liet vertegenwoordigen.
Omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL24.39669) inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.