ECLI:NL:RBDHA:2024:18954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadere beslistermijn en dwangsommen bij niet tijdig besluit nareis asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en zeven kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 22 maart 2024, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk op 20 september 2024 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd. Eiser stelde verweerder op 26 september 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 16 oktober 2024 het beroep in, wat tijdig was.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.127 en de proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en bestuurlijke dwangsommen betalen.