ECLI:NL:RBDHA:2024:18950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Libische vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op willekeurig geweld
De rechtbank Den Haag heeft op 15 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Libische nationaliteit, beroep instelde tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser baseerde zijn aanvraag op vermeende problemen in Libië vanwege de loyaliteit van zijn vader aan het regime van Qadhafi en de daaruit voortvloeiende bedreigingen.
De rechtbank oordeelde dat de minister de aanvraag terecht had afgewezen omdat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren. Eiser had geen documenten overlegd ter onderbouwing en gaf wisselende verklaringen zonder plausibele uitleg. Daarnaast had hij onvoldoende individuele omstandigheden aangetoond die een verhoogd risico op ernstige schade door willekeurig geweld in Libië aannemelijk maakten.
Eiser voerde een beroep in op artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, dat bescherming kan bieden bij situaties van willekeurig geweld in een gewapend conflict. De rechtbank stelde vast dat er geen algemene 15c-situatie in Libië is en dat eiser onvoldoende individuele elementen had aangedragen om een verhoogd risico aan te tonen. Ook het argument dat hij tot de stam Warshefana behoort, een risicoprofiel, werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.