ECLI:NL:RBDHA:2024:18901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College mag aanvraag bijstand buiten behandeling stellen bij niet-aanleveren stukken en niet verschijnen
Eiser diende op 6 mei 2022 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Delft. Het college nodigde eiser uit voor een activeringsgesprek op 11 mei 2022 en vroeg om documenten zoals een identiteitsbewijs en bewijs van inkomen. Eiser verscheen niet op deze afspraak en leverde geen stukken aan. Een tweede uitnodiging voor een gesprek op 18 mei 2022 werd wederom niet nagekomen door eiser. Het college stelde de aanvraag daarop buiten behandeling.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de wijziging van een belafspraak naar een fysieke afspraak en dat medische omstandigheden hem verhinderden te verschijnen en stukken aan te leveren. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor deze beweringen en dat het college hem voldoende gelegenheid had geboden om de aanvraag aan te vullen, inclusief de mogelijkheid tot uitstel.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat eiser niet voldeed aan de inlichtingenverplichting. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die dit besluit onredelijk maakten. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, en hij kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om bijstand.