Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:1902

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
31 augustus 2022
Zaaknummer
20/2816 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevens

In deze zaak ging het om de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Groningen terecht de aanvraag om bijstand van appellant buiten behandeling heeft gesteld. Appellant had niet gereageerd op het verzoek van het college om aanvullende gegevens te verstrekken, waaronder bankafschriften en gegevens over zijn verblijfplaatsen.

Het college had appellant een termijn gesteld om de ontbrekende gegevens aan te leveren, maar appellant heeft deze niet binnen de gestelde termijn of daarna aangeleverd, noch om uitstel gevraagd. Appellant voerde aan dat zijn situatie als dakloze het recht op bijstand zou rechtvaardigen zonder de gevraagde informatie, maar dit verweer werd verworpen.

De Raad oordeelde dat voor een goede beoordeling van de aanvraag de financiële situatie en verblijfplaatsgegevens essentieel zijn, ook voor dak- en thuislozen. Het college was bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat appellant niet voldeed aan de informatieplicht. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd.

Uitspraak

20.2816 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 30 juni 2020, 20/249 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)
Datum uitspraak: 16 augustus 2022
Zitting heeft: A.M. Overbeeke, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: B. Beerens
Ter zitting is appellant verschenen, bijgestaan door mr. J.G. Wattilete, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om de buitenbehandelingstelling van een aanvraag om bijstand omdat appellant niet de bij brief van 19 juli 2019 gevraagde gegevens heeft overgelegd. De ontbrekende gegevens betreffen onder meer bankafschriften en gegevens van de adressen waar appellant verblijft, inclusief de naam van de hoofdbewoner.
Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, als de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Dit volgt uit artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Van een onvolledige aanvraag is onder andere sprake indien de aanvrager onvoldoende gegevens of bescheiden verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Het gaat daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Niet in geschil is dat appellant helemaal niet heeft gereageerd op het verzoek van het college van 19 juli 2019. Appellant heeft niet voor afloop van de termijn op 2 augustus 2019 – en ook daarna niet – kenbaar gemaakt dat het voor hem niet mogelijk was om de gevraagde gegevens te verstrekken of om uitstel verzocht.
Appellant heeft aangevoerd dat het college bekend was met zijn situatie als dakloze waardoor het recht op bijstand, ook zonder de gevraagde informatie, toch kon worden vastgesteld. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Voor de beoordeling of de aanvrager verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden, is zijn financiële situatie een essentieel gegeven. De aanvrager is gehouden de voor een goede beoordeling van de aanvraag vereiste gegevens over te leggen. Dit geldt ook voor gegevens over de feitelijke woon- en verblijfplaats. Ook van iemand die dak- en thuisloos is kan worden gevergd dat hij controleerbare gegevens verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats(en).
Anders dan door appellant aangevoerd, had het college hem ook geen tweede hersteltermijn hoeven te bieden. Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb biedt hiervoor geen grondslag. Ook uit het beleid van het college kan dit niet worden afgeleid. In de brief van 19 juli 2019 heeft het college voldoende duidelijk en specifiek vermeld welke gegevens appellant nog moest overleggen en wat de gevolgen zouden zijn als hij dit niet tijdig zou doen. Aan de pas in hoger beroep ingeleverde lijst met de verblijfplaatsen van appellant – daargelaten nog dat die na zo’n lange tijd niet meer controleerbaar zijn – komt in dit geval geen betekenis meer toe.
Het college was dan ook bevoegd de aanvraag van appellant buiten behandeling te stellen. Wat appellant heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buiten behandeling stellen van de aanvraag gebruik heeft kunnen maken.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) A.M. Overbeeke