ECLI:NL:RBDHA:2024:1890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinterugkeer naar Duitsland
Eiseres, een Syrische asielzoekster, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat de omstandigheden in Duitsland voor Dublinterugkeerders zodanig slecht zijn dat overdracht niet mogelijk is, mede gelet op het arrest Jawo. Ook is geen sprake van schending van het recht op rechtsbijstand in Duitsland volgens de Procedurerichtlijn, noch van stelselmatige discriminatie waartegen Duitsland geen bescherming biedt.
Daarnaast is er geen afhankelijkheidsrelatie in de zin van artikel 16 Dublinverordening Pro en geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 17 rechtvaardigen Pro. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en overdracht aan Duitsland mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en haar overdracht aan Duitsland bevestigd.