ECLI:NL:RBDHA:2024:18821
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging bewaker uit Afghanistan naar Nederland bevestigd
Eiser, een voormalige bewaker voor de Nederlandse strijdkrachten in Afghanistan, verzocht meerdere malen om overbrenging naar Nederland. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet behoorde tot de groepen die volgens de Kamerbrief van 11 oktober 2021 in aanmerking komen voor overbrenging. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit weliswaar niet volledig zorgvuldig was gemotiveerd, maar dat verweerder het verzoek in redelijkheid heeft mogen afwijzen.
De rechtbank stelt vast dat het beleid voor overbrenging is neergelegd in de Kamerbrief, waarin twee afgebakende groepen worden genoemd: medewerkers van bepaalde ngo’s en personen die ten minste een jaar in zichtbare functies voor Defensie of EUPOL in Afghanistan hebben gewerkt en die zich voor 11 oktober 2021 hebben gemeld. Eiser viel hier niet onder omdat hij zich pas in februari 2022 meldde.
Hoewel eiser aanvoerde dat het beleid onzorgvuldig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel is, slaagt dit verweer niet. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en dat het kabinet ruime beleidsvrijheid heeft. Ook is geen sprake van schending van fundamentele rechten zoals het recht op leven of het verbod op foltering. De rechtbank acht het stellen van een datum voor aanmelding een noodzakelijk en proportioneel middel.
Eiser bracht geen bijzondere omstandigheden aan die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser komt niet in aanmerking voor overbrenging naar Nederland.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard.