ECLI:NL:RBDHA:2024:18818
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing uitstel van vertrek op medische gronden
Verzoekster had bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek vanwege haar medische situatie, op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd op 15 januari 2021 afgewezen. Vervolgens verklaarde de minister bij besluit van 7 augustus 2024 het bezwaar van verzoekster ongegrond.
Verzoekster stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter overwoog dat nu op hetzelfde moment uitspraak werd gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL24.31200), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L. Boxum en griffier S. Derks en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek wordt afgewezen.