ECLI:NL:RBDHA:2024:18788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning EU/EER voor zorgintensief kind
Eiser, met Somalische nationaliteit en woonachtig in Oostenrijk, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij zijn minderjarige Nederlandse kinderen, waaronder een kind met een intensieve zorgbehoefte. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden en onvoldoende zorg- en opvoedtaken zou verrichten.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel degelijk daadwerkelijke zorg verricht en dat de medische situatie van het jongste kind dit onderbouwt. De rechtbank stelt vast dat verweerder het belang van de kinderen onvoldoende als zelfstandig belang heeft meegewogen in de belangenafweging, terwijl het hogere belang van het kind volgens artikel 24 van Pro het Handvest en artikel 8 EVRM Pro zwaarwegend is.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste en vernietigt het besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij het hogere belang van het kind en daadwerkelijke zorgtaken van eiser worden meegewogen.