ECLI:NL:RBDHA:2024:18782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende toetsing familieleven en afhankelijkheid
Eiser, een Iraanse staatsburger geboren in 1940, woont bij zijn dochter die hem noodzakelijke medische mantelzorg verleent en tevens de kosten van levensonderhoud draagt. Na een eerdere uitspraak waarbij het terugkeerbesluit werd gegrond verklaard, nam de minister een aanvullend besluit waarin werd gesteld dat er geen sprake is van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiser en zijn dochter. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen, zoals financiële en emotionele afhankelijkheid.
Tijdens het ambtelijk gehoor is eiser niet gehoord over deze aspecten, terwijl dit na de eerdere uitspraak wel had moeten gebeuren. Ook is niet gesproken over andere familieleden in Nederland die zorg kunnen verlenen. De rechtbank stelt dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en vernietigt het bestreden besluit. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
De rechtbank draagt de minister op binnen een redelijke termijn een nieuw besluit te nemen, waarbij de uitspraak en de juiste toetsing aan artikel 8 EVRM Pro in acht worden genomen. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen. De uitspraak is gedaan op 11 november 2024 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onzorgvuldige besluitvorming en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.