Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Palestijnse afkomst en met internationale bescherming in België, werd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. De maatregel werd later opgeheven, waarna eiser beroep instelde tegen de bewaring en tevens een verzoek tot schadevergoeding indiende.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Hoewel eiser medische klachten en vrees voor uitzetting naar Palestijns grondgebied aanvoerde, vond de rechtbank deze omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om de bewaring te weerleggen. De medische situatie van eiser rechtvaardigde geen detentieonbekwaamheid en hij had toegang tot noodzakelijke zorg.
Ook de stellingen over onderdak en middelen werden niet als zwaarwegend erkend. De vrees voor uitzetting diende volgens de rechtbank in België te worden besproken. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.