ECLI:NL:RBDHA:2024:18722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 13 november 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie (verweerder) heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna eiser een ingebrekestelling indiende op 15 juli 2024. Volgens het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is, is de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengd.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn in deze zaak daardoor is verlengd tot uiterlijk 13 februari 2025. De ingebrekestelling van 15 juli 2024 is dus te vroeg ingediend en voldoet niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser betwist dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is, maar de rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de situatie van toepassing is. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier T. Rommes op 23 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.