Uitspraak
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
of er een moment is geweest dat hij van die gevoelens wilde afkomen’met ‘nee’ antwoordt. Het enkele antwoord op die ene gesloten vraag is in het licht van de overige uitgebreide verklaringen van eiser daarvoor niet genoeg. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eiser ook de gesloten vraag is gesteld “
Begrijp ik goed dat u uw geaardheid direct hebt geaccepteerd nadat u dit ontdekte bij uzelf?” die hij met ‘ja’ heeft beantwoord. [3] Daarbij is eiser het woord ‘direct’ in feite in de mond gelegd, terwijl dat in de rest van de verklaringen niet (ook niet impliciet) terugkomt. Mede gelet op de inhoud en context van wat eiser verder uitgebreid heeft verklaard over zijn gedachten en gevoelens, kan verweerder op dit enkele antwoord ook niet baseren dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard. Bovendien is het voor de rechtbank niet zonder meer duidelijk waarom het tegenstrijdig is dat eiser enerzijds verklaard dat ‘het vanzelf zou overgaan’ en anderzijds verklaart dat hij ‘het heeft geaccepteerd’. Als gezegd kan uit de gehoren namelijk (juist) niet worden afgeleid dat hij heeft verklaard dat hij zelf (actief) van zijn homoseksuele gevoelens af wilde komen en hij die (dus) niet accepteerde. Dat is een invulling die verweerder daar kennelijk aan geeft die de rechtbank niet kan afleiden uit (het geheel van) de verklaringen van eiser.