Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, welke op 2 juni 2020 door verweerder werd afgewezen. Na een eerder gegrond verklaard beroep op deze afwijzing, waarbij de rechtbank verweerder opdroeg een nieuw besluit te nemen, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn van negentien weken voor het bezwaar op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was verstreken zonder besluit, en dat eiseres rechtsgeldig ingebreke was gesteld. Het beroep werd daarom kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank legde op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen.
Daarnaast werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding van deze termijn. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €184. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de termijn en het onderscheid tussen reguliere mvv-aanvragen en aanvragen in het kader van gezinshereniging bij asielvergunninghouders.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.