ECLI:NL:RBDHA:2024:18282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en dat de verlenging van de beslistermijn op grond van WBV 2023/3 niet van toepassing is, waardoor zijn ingebrekestelling niet prematuur zou zijn.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling schriftelijk moet worden gedaan en dat pas na het verstrijken van twee weken na deze ingebrekestelling beroep kan worden ingesteld.
Sinds 27 januari 2023 is WBV 2023/3 van kracht, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden is verlengd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de situatie van eiser onder artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet valt, waardoor de verlenging geldig is.
Eiser heeft zijn aanvraag op 15 oktober 2023 ingediend en zijn ingebrekestelling op 20 mei 2024, wat volgens de rechtbank te vroeg is vanwege de verlengde beslistermijn. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg ingediende ingebrekestelling in het kader van de verlengde beslistermijn.