ECLI:NL:RBDHA:2024:18278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig zou hebben beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
Volgens de wet moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan om binnen twee weken alsnog een besluit te krijgen, alvorens beroep in te stellen. Met het besluit WBV 2023/3, van kracht sinds 27 januari 2023, zijn de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengd.
Eiser betwist dat de verlenging van toepassing is op zijn aanvraag van 1 oktober 2023 en stelt dat de ingebrekestelling van 23 mei 2024 te vroeg is. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast vanwege de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Daarom is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is niet voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg ingediende ingebrekestelling onder de verlengde beslistermijn.