ECLI:NL:RBDHA:2024:18226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis en oplegging termijn en dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en op grond van artikel 8 EVRM Pro voor zijn familieleden. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling door eiser en het verstrijken van de wettelijke termijn, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk gegrond. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek schriftelijk wordt meegedeeld.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500, en tot vergoeding van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij nareiszaken en verwijst naar eerdere jurisprudentie ter onderbouwing van de bijzondere omstandigheden die een langere beslistermijn rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.