ECLI:NL:RBDHA:2024:18217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn van 90 dagen plus verlenging van drie maanden is verstreken zonder besluit.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin de bijzondere aard van gezinshereniging bij asielvergunninghouders is onderkend en motiveert de langere beslistermijn. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres en in de vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van acht weken op en een dwangsom bij overschrijding.