Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, Peruaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij zijn moeder in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet vrijgesteld werd van het mvv-vereiste. Verweerder oordeelde dat tussen eiser en zijn moeder geen beschermde gezinsrelatie bestond zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, omdat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid was.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met individuele omstandigheden, zoals het overlijden van zijn zus en het feit dat zijn vader een verblijfsvergunning had gekregen. Ook stelde hij dat zijn medische situatie en zijn privéleven in Nederland zwaarder meegewogen moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat de emotionele en financiële banden niet verder gingen dan gebruikelijk. De moeder was niet exclusief afhankelijk en de emotionele band overstijgt niet de normale ouder-kindrelatie. Ook het privéleven van eiser in Nederland was niet zodanig bijzonder dat artikel 8 EVRM Pro schending rechtvaardigt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 5 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.