Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige], verzoeker V-nummer: [V nummer]
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 2 januari 2024 samen met een soortgelijke zaak. Omdat de rechtbank op diezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep (zaaknummer NL23.38931), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Het verzoek werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier M.A.W.M. Engels en is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.