ECLI:NL:RBDHA:2024:18168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit mvv nareis, oplegging nadere beslistermijn en dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft geen besluit genomen binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, waardoor de uiterste beslisdatum op 18 maart 2024 lag. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke op 24 mei 2024 en diende het beroep in op 10 juni 2024, wat tijdig was.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist. Gezien de complexiteit van mvv-aanvragen bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 7.500 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. De reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442 worden vastgesteld. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 437,50 en vergoeding van het griffierecht van € 184. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 4 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.