ECLI:NL:RBDHA:2024:18123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft op 10 mei 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft vervolgens op grond van de Dublinverordening geprobeerd de aanvraag aan Zweden over te dragen, wat is afgewezen. Uiteindelijk heeft verweerder bevestigd dat de aanvraag in de nationale procedure wordt behandeld.
De beslistermijn voor de aanvraag zou volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk zes maanden na ontvangst moeten zijn verstreken, dus uiterlijk 10 november 2023. Echter, het besluit WBV 2023/3 verlengt de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend in 2023 met negen maanden.
Eiseres stelde verweerder op 24 april 2024 schriftelijk in gebreke om alsnog te beslissen, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.