ECLI:NL:RBDHA:2024:18118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens niet-gehoord zijn
Eisers, een Pakistaans gezin, dienden aanvragen in voor een visum kort verblijf voor familiebezoek in Nederland. De minister wees deze aanvragen af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met het land van herkomst, waardoor niet aannemelijk was dat zij het Schengengebied tijdig zouden verlaten.
In bezwaar verklaarde de minister het bezwaar kennelijk ongegrond en zag af van een hoorzitting. De rechtbank oordeelt dat dit onterecht was, omdat eisers nieuwe feiten en omstandigheden hadden aangevoerd die in een hoorzitting nader toegelicht hadden kunnen worden. Hierdoor had de minister mogelijk tot een ander besluit kunnen komen.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat de minister ten onrechte geen dwangsom heeft toegekend. De rechtbank legt een dwangsom van €1.442 op en veroordeelt de minister in de proceskosten van €1.750 en het griffierecht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eisers alsnog worden gehoord. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen na het horen van eisers.