Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.M. Hampsink, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor verblijf in Nederland onder toepassing van de Richtlijn tijdelijke bescherming, welke door de minister is afgewezen. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing. De kern van het geschil betreft de vraag of eiser behoort tot de doelgroep van ontheemden uit Oekraïne die tijdelijke bescherming kunnen krijgen.
De minister heeft op grond van het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000 een facultatieve bepaling toegepast die tijdelijke bescherming verleent aan Oekraïense onderdanen die Oekraïne na 26 november 2021 zijn ontvlucht of in de periode van 27 november 2021 tot en met 23 februari 2022 naar de EU zijn gereisd. Eiser stelt dat hij aan deze voorwaarden voldoet omdat hij in januari 2022 familiebezoek in Oekraïne bracht en daarna naar de EU is gereisd.
De rechtbank oordeelt echter dat eiser niet onder de doelgroep valt omdat hij zijn hoofdverblijf al sinds juni 2021 in Slowakije had en slechts tijdelijk terugkeerde voor familiebezoek. Dit betekent dat hij niet ontheemd is geraakt in de zin van de Richtlijn en het Uitvoeringsbesluit. De rechtbank volgt hiermee de uitleg van de minister en eerdere jurisprudentie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.