Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn echtgenote en minderjarig kind. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden rond aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De minister dient binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eiser toegekend. Verder wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier R. de Mul en openbaar gemaakt op 4 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met dwangsommen bij overschrijding.