ECLI:NL:RBDHA:2024:18035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar nog geen inhoudelijke beoordeling heeft gemaakt. Daarom legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken wordt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en in de proceskosten van eiseres van €437,50. Ook moet verweerder het betaalde griffierecht van €187 vergoeden. De uitspraak is gebaseerd op bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie over beslistermijnen bij nareisaanvragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsommen op aan de minister voor het nemen van een besluit.