ECLI:NL:RBDHA:2024:17907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op mvv-aanvragen familie- en nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op bezwaar tegen de afwijzing van aanvragen om machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro en nareis.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van negentien weken na het verstrijken van de bezwaartermijn heeft overschreden. Eisers hebben verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
Verweerder hanteert het fifo-principe voor behandeling, maar heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van overmacht. De rechtbank legt daarom een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 30 oktober 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt vier weken om te beslissen met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.