Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser,
B.V. Schoonmaakbedrijf en Glazenwasserij [derde-partij], gevestigd te [vestigingsplaats], werkgeefster,
Rechtbank Den Haag
Eiser was werkzaam als schoonmaakmedewerker en meldde zich ziek per 3 november 2020. Werkgeefster startte het tweede-spoortraject voor re-integratie later dan volgens de Werkwijzer Poortwachter was voorgeschreven, mede door het aanvragen van een deskundigenoordeel. Dit deskundigenoordeel leidde tot een aangepaste en adequaat afgestemde re-integratie.
Het UWV legde een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, maar bekortte deze later omdat de werkgever de tekortkoming herstelde. Eiser stelde dat door de late start van het tweede spoor re-integratiekansen zijn gemist en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever zorgvuldig handelde door het deskundigenoordeel aan te vragen, waardoor het tweede-spoortraject adequaat en passend was. Gezien de beperkingen van eiser acht de rechtbank het niet aannemelijk dat kansen zijn gemist. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bekorting van de loonsanctie wordt ongegrond verklaard.