ECLI:NL:RBDHA:2024:1726
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht als verzorgende ouder op grond van Chavez-Vilchez arrest
De eiser, een Indiase nationaliteithebbende geboren in 1973, vroeg verblijf aan als verzorgende ouder van zijn Nederlandse zoon en dochter. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en vaderschap onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Hoewel DNA-onderzoek het vaderschap bevestigde, was de identiteit van eiser niet vastgesteld in dat onderzoek. Daarnaast ontbrak bewijs van zorg- en opvoedingstaken en een afhankelijkheidsverhouding met de kinderen.
Eiser voerde aan dat hij ondanks het ontbreken van officiële documenten voldoende bewijs had geleverd, waaronder een geboortecertificaat, familieverklaringen en het DNA-onderzoek. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom deze documenten niet volstonden om identiteit en vaderschap aan te tonen, maar passeerde dit motiveringsgebrek omdat eiser aan andere voorwaarden van het Chavez-Vilchez arrest niet voldeed.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij daadwerkelijk zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheid bestond dat de kinderen gedwongen zouden zijn de EU te verlaten bij weigering van verblijfsrecht. Ook was het besluit niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van zorg- en opvoedingstaken en afhankelijkheid.