ECLI:NL:RBDHA:2024:17219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar vader. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 11 november 2023 en verweerder had uiterlijk 9 mei 2024 moeten beslissen, na verlenging van de beslistermijn. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en rechtsgeldig in gebreke is gesteld, is het beroep tijdig en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn op voor besluitvorming en veroordeelt verweerder tot betaling van bestuurlijke dwangsommen en proceskosten.