ECLI:NL:RBDHA:2024:17186
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter en niet-ontvankelijkheid wraking griffier in belastingzaken
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.E. Kiers, rechter in diverse belastingzaken, en tegen de griffier. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de rechter vanwege het niet tijdig toestaan van digitale zittingen en onvoldoende beantwoording van vragen van de gemachtigde.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen gegrond kan zijn indien er sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat in deze zaak niet is aangetoond. Procedurele beslissingen zoals het al dan niet toestaan van digitale zittingen kunnen geen grond voor wraking vormen. De overige stellingen waren onvoldoende concreet.
Ten aanzien van de griffier werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking alleen mogelijk is tegen individuele rechters die de hoofdzaak behandelen. Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat de gemachtigde van verzoeker herhaaldelijk wrakingsverzoeken indient met als doel de voortgang van procedures te frustreren, waardoor een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.
De wrakingskamer wees het verzoek af, verklaarde het wrakingsverzoek tegen de griffier niet-ontvankelijk, en bepaalde dat de procedures in de belastingzaken worden voortgezet zoals voor het wrakingsverzoek. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024 en is niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter afgewezen en wraking griffier niet-ontvankelijk verklaard; toekomstige wrakingsverzoeken van gemachtigde worden niet meer in behandeling genomen.