ECLI:NL:RBDHA:2024:17049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvragen machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor familieleden in het kader van nareis en gezinshereniging. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvragen wel heeft bevestigd, maar verder nog geen inhoudelijke beoordeling heeft verricht. Daarom legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, tenzij nader onderzoek noodzakelijk is, dan geldt een termijn van twintig weken.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van de gestelde termijn, met een maximum van €7.500. Daarnaast worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €437,50 en het betaalde griffierecht van €187 wordt vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 15 oktober 2024. Het vonnis benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij aanvragen voor gezinshereniging en mvv, waarbij snelheid niet ten koste mag gaan van zorgvuldigheid.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken te beslissen, met dwangsommen en proceskostenveroordeling.