ECLI:NL:RBDHA:2024:17043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Hierdoor is het beroep tijdig en gegrond verklaard.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en dit schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het betaalde griffierecht worden vergoed. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de langere beslistermijn bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.