ECLI:NL:RBDHA:2024:16983
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend bezwaar tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eisers hebben op 4 juli 2023 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de minister binnen zes maanden beslissen, wat in deze zaak neerkwam op 4 januari 2024. Echter, met de inwerkingtreding van het WBV 2023/3 is deze beslistermijn met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2024:5087) waarin is geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. Hierdoor was de ingebrekestelling van eisers op 5 januari 2024 prematuur, omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet voldoet aan de vereisten en verklaart het daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ketelaars-Mast en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.