ECLI:NL:RBDHA:2024:16802
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren grensdetentie na weigering toegang en toetsingsverzoek Unierecht
Eiser is in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) na weigering van toegang tot Nederland. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel van 26 maart 2024 en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet gericht was tegen de maatregel van 13 maart 2024, die slechts één dag duurde en al was beoordeeld, maar tegen de maatregel van 26 maart 2024. Hoewel verweerder erkende dat de grondslag van de grensdetentie te laat was gewijzigd, achtte de rechtbank dit geen ernstige schending die de huidige maatregel onrechtmatig maakt.
Eiser voerde aan dat het indienen van een toetsingsverzoek aan het Unierecht op 16 april 2024 de grondslag voor de grensdetentie zou doen vervallen. De rechtbank verwierp dit, stellende dat noch uit het Unierecht, noch uit de wet of jurisprudentie volgt dat de toegangsweigering vervalt of dat een nieuw besluit moet worden genomen. Ook was niet gebleken dat eiser nu aan de toegangsvoorwaarden voldoet.
De rechtbank concludeerde dat het risico op onttrekking aan toezicht voldoende was onderbouwd met meerdere gronden, ondanks het ontbreken van een toelichting bij één zware grond. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de grensdetentie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.