ECLI:NL:RBDHA:2024:16776
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-verwijzingszaak asielaanvraag
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en wees het af, aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed over het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed over het beroep.