ECLI:NL:RBDHA:2024:16679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en vijf kinderen in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Gezien de aard van de zaak, namelijk een aanvraag om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, wordt dit als een bijzonder geval aangemerkt, waardoor een langere beslistermijn kan worden opgelegd. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling hiervan aan eiser. Tevens worden de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.