ECLI:NL:RBDHA:2024:16632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na psychische klachten
Eiser was tot eind 2021 werkzaam als tapijtreiniger en ontving vanaf januari 2022 een WW-uitkering. Vanaf maart 2022 meldde hij zich ziek en kreeg hij een Ziektewetuitkering toegekend. Medisch onderzoek door een verzekeringsarts in oktober 2022 toonde psychische klachten door werkproblemen en juridische geschillen, waardoor eiser toen ongeschikt was voor arbeid.
In februari 2023 concludeerde dezelfde arts na onderzoek dat eiser ondanks aanhoudende depressieve klachten weer arbeidsgeschikt was per 22 februari 2023. Verweerder beëindigde daarop de ZW-uitkering. Na bezwaar en beroep bleef het oordeel van arbeidsgeschiktheid gehandhaafd, mede op basis van een aanvullend onderzoek en informatie van een behandelend psycholoog.
Eiser stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij zijn zware arbeid niet volledig kon verrichten. De rechtbank oordeelde dat het medisch oordeel voldoende onderbouwd was, dat er geen aanwijzingen waren voor onvoldoende belastbaarheid en dat eiser geen aanvullende medische stukken had overgelegd. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij de beëindiging van de ZW-uitkering per 22 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering per 22 februari 2023 wordt ongegrond verklaard.