Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27632
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht toegekend.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor het overschrijden van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethehem op 1 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen, met oplegging van een dwangsom.