ECLI:NL:RBDHA:2024:16081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen plus verlenging van drie maanden heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar nog niet inhoudelijk heeft beslist. Gelet op jurisprudentie en de bijzondere situatie bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van acht weken op voor besluitvorming en bepaalt een dwangsom voor de minister.