ECLI:NL:RBDHA:2024:16077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet.
De aanvraag is ingediend op 22 september 2023 en verweerder had uiterlijk 21 maart 2024 moeten beslissen, rekening houdend met een verlenging van de beslistermijn met drie maanden. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, is eiser op 1 mei 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld en is het beroep op 24 mei 2024 tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, of binnen twintig weken indien nader onderzoek wordt ingesteld en schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442. Daarnaast worden de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.