Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28483
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
€ 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 14 juni 2023 en de minister had uiterlijk 12 december 2023 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Verweerder stelde dat het FIFO-principe wordt gehanteerd en verzocht om aanhouding van de behandeling van het beroep, wat door de rechtbank is afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling. Gezien de aard van de zaak en jurisprudentie acht de rechtbank het een bijzonder geval en legt een nadere beslistermijn op van acht weken, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd om de minister te bewegen binnen de gestelde termijn te beslissen. De rechtbank veroordeelt de minister tevens in de proceskosten en het griffierecht van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 1 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.