Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar asielaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 11 april 2024 een beslistermijn van 21 maanden had vastgesteld die inmiddels was overschreden.
De rechtbank overweegt dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, korter dan het gebruikelijke 8+8 wekenmodel, vanwege de overschrijding van de oorspronkelijke termijn.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom van € 200 per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000, voor elke dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden. Ook wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan eiseres, vastgesteld op € 437,50 vanwege de professionele juridische bijstand.
De rechtbank wijst het beroep toe en vernietigt het eerdere niet tijdig genomen besluit. Eiseres krijgt hiermee gelijk en verweerder moet binnen de opgelegde termijn alsnog een besluit nemen.