Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.25602
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
€ 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 7 november 2023 en verweerder had uiterlijk 5 mei 2024 moeten beslissen, maar stelde geen besluit vast. Na een ingebrekestelling op 11 mei 2024 en het verstrijken van de beslistermijn, werd het beroep tijdig ingediend.
Verweerder voerde aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd, waardoor de aanvraag pas in mei 2025 in behandeling wordt genomen, en verzocht om aanhouding van de behandeling en een ruime beslistermijn met een lagere dwangsom. De rechtbank wees dit verzoek af omdat geen sprake is van overmacht en aanhouding niet past bij het rechtsmiddel.
De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig beslissen een besluit gelijkstaat en legde een beslistermijn van acht weken op, met een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.