ECLI:NL:RBDHA:2024:15666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdig beslissen op asielaanvraag door verlengde beslistermijn
Eiser diende op 22 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder vroeg op 9 december 2022 Italië om overname van de aanvraag, welke fictief werd geaccepteerd op 10 februari 2023. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) bepaalde op 26 april 2023 dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag vanwege het wegvallen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië.
De rechtbank stelde vast dat verweerder uiterlijk op 26 oktober 2023 had moeten beslissen, maar sinds 27 september 2022 is het besluit WBV 2022/22 van kracht dat de beslistermijn met negen maanden verlengt voor lopende asielaanvragen. Hierdoor was de beslistermijn nog niet verstreken toen eiser op 13 februari 2024 een ingebrekestelling indiende, waardoor deze prematuur was.
Omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet-tijdig beslissen, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka en griffier N. Khalloufi op 20 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.