ECLI:NL:RBDHA:2024:15555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2024 behandeld en beoordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije geldt, zoals bevestigd door meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser stelde dat Bulgarije niet aan het vertrouwensbeginsel voldoet vanwege problemen in detentie en opvang, en dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn situatie en medische toestand. Hij beroept zich op het arrest C.K. en stelt dat er sprake is van een medisch overdrachtsbeletsel. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van zijn rechten bij overdracht aan Bulgarije en dat de minister niet verplicht was een medisch onderzoek te laten uitvoeren.
Verder is het claimverzoek aan Bulgarije niet onvolledig en is er geen sprake van bijzondere omstandigheden die Nederland zouden verplichten de aanvraag zelf in behandeling te nemen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering van eiser af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.