ECLI:NL:RBDHA:2024:15531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens onrechtmatig verblijf
De minister heeft op 7 augustus 2024 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 wegens onrechtmatig verblijf. Eiser was sinds 19 juli 2024 in bewaring, aanvankelijk op grond van een andere bepaling vanwege een lopende asielaanvraag. Na intrekking van die aanvraag kon de minister starten met de uitzetting.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, mede omdat hij al eerder was uitgezet en een laissez-passer (lp) beschikbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende stappen had gezet, waaronder het starten van een lp-traject bij de Algerijnse autoriteiten en meerdere gesprekken en rappelleringen.
De rechtbank stelde vast dat de minister afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten voor de afgifte van een nieuwe lp en dat enige tijd voor afgifte redelijk is. Ook vond de rechtbank dat eiser zelf niet consistent was in zijn bereidheid tot terugkeer met financiële ondersteuning.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.