ECLI:NL:RBDHA:2024:1546
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit omdat Frankrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De rechtbank stelt vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun verdragsverplichtingen nakomen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het Franse asiel- en opvangsysteem zulke ernstige tekortkomingen vertoont dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin bevestigd is dat Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd. Het persoonlijke relaas van eiser en zijn stellingen over opvangproblemen in Frankrijk zijn onvoldoende concreet om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.