ECLI:NL:RBDHA:2024:15421

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
27 september 2024
Zaaknummer
NL24.12653
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42, vierde lid, aanhef en onder b, VwWBV 2023/3
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag

De zaak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelde dat de beslistermijn niet rechtsgeldig was verlengd volgens het besluit WBV 2023/3.

De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was, waarna het onderzoek zonder zitting is gesloten. De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling schriftelijk moet worden gedaan en pas na twee weken beroep kan worden ingesteld bij niet-beslissen.

Het besluit WBV 2023/3 verlengt de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden. De aanvraag van eiser, ingediend op 3 september 2023, valt onder deze regeling. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verlenging rechtsgeldig is en dat de beslistermijn voor eiser uiterlijk op 3 december 2024 eindigt.

De ingebrekestelling van eiser van 6 maart 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.12653
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.A. Krikke), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van eiser is ingediend op 3 september 2023 en valt dus onder het toepassingsbereik van dit besluit.
4. Voor zover eiser zich in de gronden van het beroep op het standpunt stelt dat met WBV 2023/3 de beslistermijn niet rechtsgeldig is verlengd volgt de rechtbank eiser daarin niet. De
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
rechtbank verwijst voor de motivering naar de uitspraak van deze zittingsplaats van 16 februari 2024.4 Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Dit betekent dat de beslistermijn in zijn zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 3 december 2024 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van 6 maart 2024 is hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van I. Abdilahi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 juni 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.